Hieronder staat in de overweging van het afgelopen weekend.
De ‘eigen’ voorgangers van de werkgroep Woord- & Communievieringen maken bij de voorbereiding van de overweging dankbaar gebruik van externe bronnen. Naast boeken zijn dat ook internetbronnen zoals:

preek van de week

tijdschrift voor verkondiging

dominicanen in Schildbergen

Eerdere overwegingen staan in de rubriek archief.

Overweging afgelopen weekend:

:

Zondag 13           C-jaar

Het is één van de regendagen in Italië, als ik in de caravan mij buig over de lezingen van vanavond. Er gebeurt nogal wat in de verhalen van vanavond. Als ik er in de breedte op zou ingaan, dan wordt deze overweging langer dan u nu al vreest. Voor de leraar in mij is het heel verleidelijk om dieper in te gaan op Elia en Elisa, of om de context te schetsen die voor Lucas en de jonge Christengemeente relevant zijn: gebeurtenissen in het jaar 67 die leidden tot de verwoesting van Jeruzalem en de tempel. Gevolg van het optrekken van opstandige Zeloten naar Jeruzalem. In Rome herinnert de triomfboog van Titus naast het Colosseum daar aan.

Vanavond kies ik als thema’s: geroepen worden en navolgen. De eerste lezing is een mythisch verhaal over de roeping van Elisa. Mythen zijn vermoedelijk zo oud als de mensheid. Het zijn verhalen en gedachten waarin de mens de zoektocht naar de zin van het leven vorm heeft gegeven. Mythen creëren beelden in een parallel werkelijkheid.  Zo’n 600 jaar voor Christus werd de overgang van het oude veel-goden-dom naar het monotheïstische wereldbeeld ondersteund door verhalen, waarin die éne God, JHWH, het overtuigend opneemt tegen de cultuurgoden van die tijd. Hierin past ook het optreden van Elia. Niet persé historisch juist, maar in beeldende verhalen de transitie van het veel-goden-dom naar het vertrouwen op JHWH ondersteunen. Als wij, in onze tijd, proberen de zeggingskracht van zulke beelden aan te voelen, zullen ook wij de boodschap van het verhaal kunnen verstaan. Elia moet iemand tot profeet en leerling zalven, en hij treft een man aan terwijl deze aan het ploegen is. Geen mens met macht en invloed, maar een gewone mens wordt geroepen om Gods woord te spreken. En de beelden gaan verder: 12 ossen voor de 12 stammen van Israël. Elisa krijgt een profetenmantel, symbool van moreel gezag, waardigheid en gerechtigheid, toegeworpen als beeld van zijn roeping. En dan staat er: ‘heb ik je soms tot iets verplicht?’ . Elia laat Elisa vrij in zijn keuze, zoals Jezus dat later in de beschrijving van Lucas naar ons toe ook doet. Elisa maakt een radicale keuze, zoals God in de bijbel steeds mensen bereid vindt om zich radicaal in zijn dienst te stellen en daarvoor te breken met een vorig leven. Moeder Teresa, Nelson Mandela, Oscar Romero zijn daar in onze dagen ook een voorbeeld van. Franciscus van Assisi, wiens  gedachtenisplekken ik ook weer in deze rondreis bezoek/bezocht is ook zo’n voorbeeld van radicaal breken met een vorig leven en navolgen.

Het Evangelieverhaal volgt op het verhaal over de ontmoeting op de berg Thabor. Een mythologische ontmoeting met Mozes en Elia, waarin Jezus gesterkt wordt in de keuze van zijn levensweg, de wijze waarop hij gehoor gaat geven aan zijn roeping. Op het eerste oog een thema voor de 40-dagen-tijd, maar nu opgenomen in het leesrooster. De weg naar Jeruzalem kun je natuurlijk op de landkaart vinden. De gang naar Jeruzalem is voor Jezus een fysieke gang met ingrijpende gevolgen. Daarom gaat het  hier over een levensweg, een weg met ontmoetingen en confrontaties. Het gaat hier niet om een pelgrim op weg naar een heilige plaats, maar om een weg naar de vervulling van zijn leven. Met het woord Jeruzalem wordt dus niet alleen een geografische plaats aangeduid, maar voor joden en christenen ook een mythisch beeld: Jeruzalem als vervulling van de god-menselijke geschiedenis. Jeruzalem als andere naam voor het Rijk van God. Jeruzalem is door de profeten en in psalmen bezongen als doel van de menselijke pelgrimstocht, de mystieke bestemming van de gehele mensheid. Het roept het visioen op van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, zoals in het boek openbaring wordt verwoord. De weg naar Jeruzalem is voor christenen en joden het beeld van een levensweg, een weg naar stapsgewijze realisering van het Rijk Gods. De weg naar Jeruzalem is de weg die wij dus in onze tijd ook gaan. Op die weg dienen zich keuzes aan. Jezus zegt ons vanavond: als je voor mij kiest, wees je dan bewust dat die weg geen comfortabele weg is. Want in de hedendaagse wereld staat Jezus niet bovenaan. Hij lijkt in onze maatschappij steeds meer naar de rand van ons leven te verdwijnen. Is er voor Hem nog wel een plaats in deze geprogrammeerde wereld? Kiezen voor hem is kiezen voor andere waarden. Kiezen voor Hem is je gezonden weten om vrede te brengen, zieken bij te staan, mensen uit hun doodsheid te bevrijden. Kiezen voor Hem is kiezen voor solidariteit met hen die door het leven geslagen worden. Wees je bewust dat je op je weg andere opvattingen tegenkomt, dat mensen andere keuzes maken. Mensen kunnen kiezen voor andere doelen, kunnen meer met zichzelf bezig zijn, uiten hun religie anders. Op mijn weg is geweld in deze ontmoetingen geen gangbare weg zegt Jezus. Wees je dan bewust dat je kiest voor het leven, voor een toekomst voor allen. Richt je daarop en blijf niet hangen in het verleden. Laat de doden de doden begraven. Begraven richt je op ‘wat voorbij is’. Wees je dan bewust dat je niet kunt terugvallen in nostalgie, in de verheerlijking  van het verleden. Kijk niet achterom, maar sla de hand aan de ploeg. Kiezen voor Zijn weg is kiezen voor handelen, is toekomstgericht. In mijn opvatting staat dat op gespannen voet met de recente politieke ontwikkelingen in ons land, waarin nostalgie en eigenheid  typerende kenmerken zijn. De woorden van Jezus nodigen ons juist uit open te staan voor het onverwachte, het nieuwe, voor initiatieven die genomen worden om de wereld een beetje leefbaarder te maken voor iedereen. Dat vraagt betrokkenheid. Je komt in het leven van een andere mens terecht. Of je laat iemand in jouw leven toe. Vrijwillig, maar niet vrijblijvend!

In mijn boekenkast staat een klein boekje. Het heet de navolging van Christus. In 1424 geschreven in Zwolle door Thomas van Kempen. Een taal die heden en dage moeilijk is te volgen. Toch wil ik u de eerste zin uit het eerste hoofdstuk niet onthouden: ‘Wie mij volgt, wandelt niet in duisternis’, zegt de Heer. Een hoopvolle uitspraak voor hen die het appel dat van het Evangelie uitgaat willen beantwoorden. Maar er staat nog een boek, recenter. Het heet ‘merkstenen’ en is geschreven door Dag Hammerkjöld. Een naam die velen van u nog zullen kennen. Hij was in de jaren 60 secretaris generaal van de Verenigde Naties. Op Pinksteren 1961 schrijft hij:’ Ik weet niet- wie of wat- de vraag stelde. Ik weet niet wanneer zij gesteld werd. Ik herinner mij niet dat ik antwoordde. Maar eens zei ik Ja tegen iemand of iets. Vanaf dat moment heb ik de zekerheid dat het leven zinvol is. Vanaf dat moment heb ik geweten wat het betekent ‘niet om te zien’, of zich niet te bekommeren om de dag van morgen’.

Navolging is geen kwestie van stijl en geen kwestie van moed en geen kwestie van fantasie. Het is een kwestie van hoop. Wie werkelijk hoopt dat er een andere wereld moet komen, die zal, vaak met zijn hart in zijn schoenen en met angst en beven, de weg van Jezus opgaan. Dat klinkt verheven, maar is het niet. Het is zichtbaar in kleine dingen om ons heen, ook in onze gemeenschap. In de ontmoeting van de zondagse soep, in het koffiegesprek na afloop van de vieringen op dinsdag of het weekend, in de bereidheid zorg voor elkaar te hebben. Een betere wereld begint nu eenmaal bij ons zelf.

Zo is het toch nog weer een lange overweging geworden.