Hieronder staat in de overweging van het afgelopen weekend.
De ‘eigen’ voorgangers van de werkgroep Woord- & Communievieringen maken bij de voorbereiding van de overweging dankbaar gebruik van externe bronnen. Naast boeken zijn dat ook internetbronnen zoals:

preek van de week

tijdschrift voor verkondiging

dominicanen in Schildbergen

Eerdere overwegingen staan in de rubriek archief.

Overweging afgelopen weekend:

:

19        Beloken Pasen            C-jaar

De Thomas uit het evangelieverhaal van vandaag kan model staan voor al het aarzelend en zoekend geloven van mensen in onze tijd. De geschiedenis heeft Thomas ongelovig genoemd. Maar in de tekst staat dat hij ook ‘Dydimus’ wordt genoemd, dat betekent zoiets als ‘tweevoudig’; ‘dubbel’. Thomas een man met twee gezichten, twee zielen in het ene lijf: de ongelovige heilige, de heilige ongelovige. En precies daarin lijkt Thomas herkenningsfiguur te zijn, zeker in onze dagen.

Thomas, die eerst wil zien en dan geloven wordt herkend in alle aarzelingen om onvoorwaardelijk te geloven bij mensen, binnen en buiten de kerk. In al het zoeken van mensen die wel willen geloven, maar het niet kunnen, niet weten hoe. Hij wordt herkend in de innerlijke verdeeldheid van ons eigen hart: heen en weer geslingerd tussen trouw aan het geloof van onze ouders en afhaken; verscheurd door een niet begrijpen hoe alle leed in deze wereld te rijmen is met Gods goedheid. De ongelovige Thomas is een tijdgenoot.

Maar ook de andere kant van Dydimus, de onvoorwaardelijke trouw, is in dit evangelie te vinden. In het 11-de hoofdstuk van dit evangelie lezen we van de trouw en zorg die Thomas had voor zijn vriend Jezus. Als Jezus daar aankondigt naar Bethanië te gaan, de plek waar men hem ooit wilde stenigen, is het Thomas die zegt: ” dan gaan we mee, desnoods om samen te sterven”. Ook deze kant van Thomas, de trouw van de ene mens aan de andere mens, dit geloof in de Goddelijke kracht in mensen, is van alle tijden.

En zo stelt het evangelieverhaal van vandaag heel scherp het probleem dat na Jezus’ heengaan actueel is gebleven tot op vandaag: het probleem namelijk hoe je in Jezus kunt geloven, d.w.z. in zijn betekenis voor jezelf en onze samenleving, als je daar zelf niets van ziet of merkt. Hoeveel eigen ervaring is er nodig om je in vertrouwen over te kunnen geven aan, en mee te kunnen gaan met bewegingen en groepen die zeggen in het voetspoor van Jezus te willen leven en werken? Hoeveel twijfel mag en moet je hebben om te voorkomen dat je vanuit naïeve onwetendheid of vanuit een gedwee gehoorzaamheidsgevoel je ziel verkoopt aan een kerk of beweging die zelf misschien alleen nog maar woorden van en over Jezus herhaalt en de daaronder liggende ervaring al lang kwijt is? Dat is het probleem dat door de zogenaamde ongelovige Thomassen in levende lijve naar voren wordt gebracht. En daarin vertegenwoordigt Thomas niet alleen de gemeente van Johannes op het eind van de eerste eeuw, maar ook de velen die misschien graag in het voetspoor van Jezus verder zouden willen gaan, maar zich daartoe weinig bezield en begeesterd voelen en daarom aarzelen en twijfelen.

Lucas beschrijft, in de eerste lezing, de jonge gemeente na Jezus’ dood en verrijzenis op een wijze die sterk overeenkomt met het beeld dat de evangelisten ons schetsen van het optreden van Jezus. Zoals daar over Hem geschreven is dat Hij predikend rondtrok en vele zieken genas, zo beschrijft Lucas gelijke gebeurtenissen in de kring van zijn volgelingen. Zij komen bijeen in de zuilengang van Salomo, in de tempel dus. Zij nemen geen afstand van hun godsdienstige gewoonten, maar blijven staan in hun traditie. Het zijn mensen van gebed en door hun aanwezigheid alleen al worden zieken genezen en mensen van onreine geesten bevrijd. Er gebeuren heilvolle dingen en dat is precies de bedoeling van Jezus’ aanwezigheid onder mensen. Anders gezegd: in de jonge gemeente, in de gemeenschappen die we kerk noemen, zet zich de heilvolle werkzaamheid van Jezus voort tot op de dag van vandaag. Geloven in de verrijzenis betekent dus ruimte maken voor de kracht Gods in gebed én in liefdevolle aanwezigheid voor mensen. Zo wordt het koninkrijk Gods zichtbaar en worden mensen opgewekt tot een leven in hoop en vertrouwen. Voor mij, en misschien ook voor u, geldt dat dat vertrouwen vaak niet meer is dan een waakvlammetje dat wel voortdurend blijft branden maar alleen van tijd tot tijd even opflakkert als je ervaren mag dat er nog gerechtigheid is tussen mensen; als twee strijdende partijen elkaar toch weer de hand geven; als er toch weer armslag komt voor mensen die het krap hebben in onze samenleving; als je daar zelf een klein beetje aan mee mag doen in het hele netwerk van sociale vernieuwing en christelijke gerechtigheid. Dat je mag ervaren dat  er mensen zijn die naast je gaan staan en je ruimte bieden. Want zoals Thomas werd uitgenodigd zijn handen op de wonden van de gekruisigde te leggen, zo worden de gelovigen van nu uitgeno­digd troostend hun handen op een gewonde medemens te leggen.

In de zeventiger jaren ben ik een poos zwaar overspannen geweest. Door omstandigheden kreeg ik de kans in die periode als bosarbeider te gaan werken bij het toenmalig Sociaal Werkverband. Met drie mensen, die maatschappelijk kansloos waren, sociaal afgeschreven zo u wilt, heb ik een paar maand in de bossen bij Ootmarsum gewerkt. In de onvoor­waardelijke steun en het vertrouwen dat deze drie mensen mij gaven herken ik het leven van de eerste christenen. Zij gingen naast mij staan en boden mij ruimte, zij hebben troostend hun handen op een gewonde medemens gelegd.

 

Ik denk dat de eerste christenen met hart en ziel de boodschap van Jezus in hun eigen leven gestalte hebben willen geven.

Wij spelen dat niet meer klaar, maar soms heel even kunnen ook wij de levende, verrezen Jezus ervaren. Want misschien kent ook u wel die ervaring dat u, achteraf, na contact met mensen iets van Zijn aanwezigheid hebt ervaren. In mensen en achter mensen wordt soms de Heer herkend als zij hun levensverhalen vertellen. Hij staat dan plotseling in ons midden. Er is innerlijke kracht ontstaan en hoop om verder te gaan.

 

De Thomas in ons zou wel vaker duidelijker tekenen willen zien en die tekenen willen vasthouden als vaste grond om verder te gaan. Maar je moet het doen met je eigen kleine geloof en dat van anderen: aan het geloof van anderen kun je je soms warmen en optrekken.

 

Daarom is het goed als gemeenschap hier bijeen te komen en elkaar te sterken.