Hieronder staat in de overweging van het afgelopen weekend.
De ‘eigen’ voorgangers van de werkgroep Woord- & Communievieringen maken bij de voorbereiding van de overweging dankbaar gebruik van externe bronnen. Naast boeken zijn dat ook internetbronnen zoals:

preek van de week

tijdschrift voor verkondiging

dominicanen in Schildbergen

Eerdere overwegingen staan in de rubriek archief.

Overweging afgelopen weekend:

:

2de zondag 40-dagen-tijd:

In beide lezingen horen we dit weekend verhalen over wanhoop en angst voor toekomst. Er rest niets meer dan: Ik weet het niet meer-

‘ ik kan alleen naar bidden om kracht en zegen’

In de eerste lezing  staat het geloof van Abram centraal.

In het verhaal van  het verbond, dat God met hem sluit.

 

Abram, met de oorspronkelijke naam  ABRAHAM.

Deze naam heeft God hem later gegeven, als bevestiging van het verbond.

ABRAHAM betekent ‘ vader van een menigte’ van een volk .

Abram stelt zich de vraag, wat er van zijn huis moet worden zonder erfgenaam.

Hij is kinderloos en al oud. Kinderen hebben, betekent , toen zeker,

dat er een perspectief op toekomst voor je is. Maar omdat mensen zelf hun kinderen verwekken, zou het kunnen zijn dat men overtuigd is dat men zelf toekomst schept. Maar dat is niet altijd waar. Toekomst is iets wat je gegeven wordt van Godswege.

Daarom vraagt Abram als God hem een rijk nageslacht belooft:

‘Hoe kan ik weten dat ik dit zal krijgen?’

‘ Kijk eens naar de hemel en tel de sterren, als je dat kunt.

Zo talrijk wordt uw nageslacht’

Daarop volgt een ritueel waarbij driejarige dieren geofferd worden.

Dit ritueel werd in die tijd gebruikt bij overeenkomsten tussen twee partijen.

Het betekende: de partij die dit verbond schendt, zal het mogen vergaan als deze geofferde dieren. Het getal drie is hier een symbool dat met God te maken heeft (denken we hierbij aan de heilige drie-eenheid en drie dagen tussen Jezus’ dood en verrijzenis). En  Abram zelf?

Die geeft zich over in een diepe slaap vol angst en duisternis

God gaat hier een verbond aan met Abram. Hij gaat als een licht, ’een vurige fakkel’, tussen rook en de doormidden gesneden offerdieren door, om duidelijk te maken, dat Abraham op Hem mag vertrouwen.

Het verbond met God versterkt Abrahams geloof en de belofte van een groot nageslacht, het geeft hem de inspiratie om zonder vrees de toekomst tegemoet te zien en te vertrouwen op de Heer.

Zonder vrees de toekomst tegemoet.. dat is voor Jezus wel even anders zoals we horen in de 2e lezing. Het evangelie staat vol met verhalen over hoe Jezus op moeilijke en beslissende momenten van zijn leven heeft gebeden.

Om te bidden om bemoediging, trok Jezus met zijn meest geliefde leerlingen de berg op. Afgelopen zondag was te  horen hoe hij aan het begin van zijn publieke optreden naar de woestijn is getrokken om er te vasten en te bidden.

Daar heeft hij moeten vechten tegen de bekoring.

Aan het einde van zijn leven, vlak vóór zijn arrestatie heeft hij in de tuin op de Olijfberg in doodsangst gebeden opdat de kelk van het lijden aan hem voorbij zou gaan.

Het evangelie van vandaag is het verhaal van een derde belangrijk moment van het gebed in Jezus’ leven. Nu geen woestijn maar een bergtop. Op zo’n plek kun je je opgenomen weten in een stilte in een groter geheel

Het opgenomen zijn in een groot geheel maakt je klein en nietig. Doet je rillen

Voor mij betekent het dan een kunnen loslaten en kunnen overgeven aan dat wat komt. In zo’ n moment kun je bidden

Bidden met woorden van dankbaarheid, voor dit gebeuren wat me overweldigd

maar ook bidden, vanuit een duisternis, met vragen om

‘ help me aub, want ik weet het niet meer’

 

Dankbaar zijn voor de hoogtepunten in je leven maar kunnen we daarmee de dieptepunten in ons leven aan?

Als je in een dal zit, zie je geen berg.

Als je in de put zit, zie je geen rand

Als je in een wolk bent zie je geen zon

Er is veel tijd voor nodig om te beseffen dat een hoogtepunt gemaakt wordt door twee dieptepunten, dat een berg aan alle kanten een dal heeft, en dat dat goed is.

Als je maar kunt blijven geloven dat geen put zo diep is of Godsarmen zijn lang genoeg om je eruit te trekken.

Dat geloof wordt ons vandaag in het evangelie verkondigd.

Die stem die zegt: ‘Dit is mijn uitverkorene’.

Die zegt : Ik ben er en zorg dat alles nieuw wordt.

 

Gods ontmoetingen. Eens aan Mozes op de berg Sinaï, waar hij de tien geboden in ontvangst nam. Nu op deze berg, Thabor genoemd.

De leerlingen zien de biddende Jezus als een stralende gedaante, samen met Mozes en Elia, twee groten uit het volk van het verbond. Beide die de ontmoeting van God op de berg Horeb kennen. Nu staan ze bij Jezus op de berg. Spreken over zijn uittocht, zijn doortocht. Mozes en Elia hebben de eerste uittocht van Israël geleid.

Nu is het Jezus die het volk moet gaan leiden naar de ‘verlossing’

Zo zet de lijn van het verbond zich voort beginnende met Abraham.

Een glorieus moment voor de leerlingen.

Zo’n moment wil je vasthouden, vandaar ook dat Petrus zegt:

‘Het is maar goed, dat we hier zijn, laten we drie hutten maken’ .

Zo’n opmerking  kan ik me voorstellen, je wilt dit ongelooflijke vasthouden.

Maar toch op de berg kun je niet blijven, kun je niet leven.

Berg en woestijn het zijn plekken waar je grenzen ervaart, waar je in die ervaring vertoeft, even verblijft,  tussen wanhoop en hoop. Een plek waar je verstilt en naar binnen keert, er doorheen gaat en moet gaan. Geen hutten bouwen maar keuzes maken en  in beweging komen. Een uittocht die nu moest beginnen. Hij is bemoedigd op dit beslissende moment door Mozes en Elia die ooit een volk leidden, door lijden en duisternis heen, naar een nieuw bestaan. Ook bemoedigd door God die zegt: ”dit is mijn Zoon, de uitverkorene “

Plotseling is Jezus dan toch alleen. Hij gaat naar beneden.

Vastberaden aanvaardde Hij de reis naar Jeruzalem.

Hij wist dat het hem te wachten stond: heengaan uit deze wereld.

Zoals ook  Mozes weer afdaalde en met het volk verder trok.

In de beweging van een levensweg gaan met afdalen en bestijgen van bergen, daarin kan dat Goddelijk, bemoedigend, licht met ons gaan.

We zijn op weg en maken een reis naar Pasen

Een reis met bergen en dalen, soms door doodsangst en duisternis heen.

Waar is dan mijn berg, mijn Thabor berg waar ik naartoe kan om te bidden, om te komen met mijn vragen? Kan dit een plek zijn? In dit samen zijn?

 

Weet dat er een belofte is: God die met ons meetrekt en zegent, daaraan kun we ons vasthouden en ons laten bemoedigen